Naar hoofdinhoud
Grote rechtszaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg, met lege houten stoelen, een scherm boven de rechterstafel en een gouden plafond
E-bikes

EU-rechter: losse e-bike-onderdelen tellen als complete fiets

Door Thomas Bakker23 oktober 20267 min leestijd

Foto: Cédric Puisney · CC BY 2.0

Deel dit artikel

Het Gerecht van de Europese Unie oordeelde op 7 oktober 2026 dat e-bike-onderdelen uit China die in losse zendingen binnenkomen, bij de douane als complete elektrische fietsen kunnen tellen. Dan gelden de hoge antidumping- en compenserende rechten op Chinese e-bikes, en niet het lagere tarief voor onderdelen. De uitspraak raakt vooral bedrijven die in Europa e-bikes in elkaar zetten uit geïmporteerde delen. Aan de fiets die vandaag in de winkel staat verandert niets, maar op termijn kan dit de prijs en het aanbod in het goedkopere segment beïnvloeden.

Wat de rechter heeft beslist

Het Gerecht van de Europese Unie, de eerste rechter van het Hof van Justitie in Luxemburg, deed op 7 oktober 2026 uitspraak in zaak T-529/25, bekend als Prestige Rijwielen. De vraag kwam van het hof van beroep in Antwerpen en ging over een technische, maar voor de fietsbranche dure kwestie: mag de douane onderdelen van een elektrische fiets die in losse zendingen binnenkomen, bij elkaar optellen en behandelen als een complete e-bike?

Het antwoord is ja, onder voorwaarden. Volgens de samenvatting van advocatenkantoor Baker McKenzie is gelijktijdige aanbieding bij de douane geen vereiste. Onderdelen die in aparte aangiften worden ingevoerd, zelfs maanden na elkaar, kunnen als het complete artikel worden ingedeeld als objectieve factoren laten zien dat ze samen een geheel vormen en alle essentiële delen van de fiets bevatten (Baker McKenzie, 22 oktober 2026). De juridische kapstok is algemene indelingsregel 2a van de Gecombineerde Nomenclatuur, de regel die zegt dat een product in gedemonteerde staat als het complete product wordt ingedeeld. Het Gerecht wees erop dat een andere lezing importeurs zou toestaan zelf de gunstigste indeling te kiezen door goederen in aparte aangiften te splitsen.

Wat het Gerecht niet doet, is zeggen dat elke stapel onderdelen voortaan een fiets is. Of de aanwijzingen in deze zaak sterk genoeg zijn, moet de Belgische rechter beoordelen. De prejudiciële vraag en de feiten staan samengevat op de site van het Expertisecentrum Europees Recht van Buitenlandse Zaken; het arrest zelf is te vinden via InfoCuria.

Waar de zaak over ging

Tussen januari 2019 en april 2021 deed een douanevertegenwoordiger namens een Belgische importeur 27 aangiften bij hetzelfde douanekantoor. Het ging om frames, vorken, motoren en andere e-bike-onderdelen van twee Chinese leveranciers, aangegeven als onderdelen onder tariefpost 8714. Het Europees Openbaar Ministerie en de Belgische douane stelden dat hier in werkelijkheid complete fietsen werden ingevoerd en dat zo ruim 2,9 miljoen euro aan rechten werd ontlopen, aldus Baker McKenzie en LEVA-EU. De verdediging voerde aan dat de onderdelen over meerdere maanden en in verschillende containers kwamen en dus niet als één geheel konden gelden.

Het verschil in heffing is groot. Sinds begin 2019 heft de EU antidumping- en compenserende rechten op complete elektrische fietsen uit China. Brancheorganisatie LEVA-EU noemt tarieven tot 70,1 procent antidumping en 17,2 procent compenserend recht, afhankelijk van de fabrikant (LEVA-EU). Op losse e-bike-onderdelen gold dat niet. Wie dus onderdelen invoerde en in Europa assembleerde, betaalde veel minder dan wie een kant-en-klare fiets uit China haalde. Precies dat verschil was de bedoeling van het Europese handelsbeleid, en precies dat verschil staat nu op losse schroeven.

Opvallend is dat de advocaat-generaal in zijn conclusie van 10 juni 2026 de andere kant op redeneerde: volgens hem moesten onderdelen in beginsel gelijktijdig bij de douane worden aangeboden om als geheel te gelden. Het Gerecht volgde dat advies niet, schrijft LEVA-EU.

Waarom assemblagebedrijven zich zorgen maken

LEVA-EU, de Europese vereniging van bedrijven in lichte elektrische voertuigen, reageerde fel. De organisatie schrijft dat een importeur nu per zending moet inschatten of de douane de onderdelen later als complete fiets kan zien, zonder duidelijke drempel, zonder tijdslimiet en zonder vooraf te vragen zekerheid. De douane kan bovendien terugkijken: normaal drie jaar, bij een strafzaak tot tien jaar. Dat betekent dat ook invoer uit het verleden alsnog kan worden nageheven.

Het Duitse douaneadvocatenkantoor Möllenhoff gaat nog een stap verder. Het stelt dat de uitspraak niet te rijmen is met de bestaande vrijstellingen voor assemblage en voor kleine bedrijven in de Europese fietsonderdelenverordening, en dat onduidelijk blijft wat er gebeurt als maar een deel van de onderdelen uit China komt (Möllenhoff, 15 oktober 2026). Het kantoor hoopt op een herziening door het Hof van Justitie.

LEVA-EU wijst er ook op dat het risico niet stopt bij China: onderdelen uit Taiwan of Vietnam kunnen onder dezelfde redenering hun gunstige oorsprong verliezen, en de logica reikt verder dan fietsen, tot elektrische auto's, machines en huishoudapparaten. De organisatie vraagt de Europese Commissie om een anti-omzeilingsonderzoek met duidelijke drempels voor de waarde van de onderdelen en de Europese toegevoegde waarde, zoals de EU in 1997 deed voor gewone fietsonderdelen. Dan zou een echte assemblagefabriek een vrijstelling kunnen krijgen en een doorvoerconstructie niet. Vakblad Bike Europe kopte op 21 oktober dat de uitspraak de toekomst van de Europese e-bike-assemblage bedreigt (Bike Europe).

Wat dit betekent voor jou als koper

Eerst de geruststelling. De fiets die nu bij een fietsenwinkel staat, is al ingevoerd en ingeklaard. Daar verandert dit arrest niets aan, en ook niet aan je garantie of aan de onderdelenvoorziening. Wie een tweedehands e-bike koopt, merkt er helemaal niets van.

De vraag is wat er daarna gebeurt. De Europese e-bike-markt leunt zwaar op onderdelen van buiten de EU: motoren, accu's, frames en elektronica komen voor een groot deel uit Azië, ook bij fietsen die in Nederland of Duitsland worden geassembleerd. Een grote fabrikant met een eigen Europese fabriek, een brede leverancierslijst en veel eigen toegevoegde waarde zal eerder kunnen aantonen dat hij onderdelen invoert en geen gedemonteerde fietsen. Een kleine assembleur die complete sets uit één Chinese fabriek haalt en ze hier in elkaar zet, zit precies in de gevarenzone die het Gerecht beschrijft: dezelfde koper, dezelfde aangever, hoeveelheden die kloppen met een aantal complete fietsen.

Dat laatste model komt juist veel voor in het goedkopere segment, bij budget-e-bikes en fatbikes van minder bekende merken. Als die importeurs hun invoer afremmen of een naheffing krijgen, wordt dat segment dunner of duurder. Voor wie een e-bike van een gevestigd merk wil, zoals in ons overzicht van de beste e-bike-merken, is het effect waarschijnlijk kleiner, al zal ook daar de kostprijs van onderdelen onder druk staan. Hoe je een e-bike kiest die bij je past, lees je in de koopgids elektrische fiets.

Er is ook een keerzijde die voor de gewone fietser gunstig kan uitpakken. De Nederlandse overheid worstelt al met goedkope importfatbikes die opgevoerd of niet-conform blijken; dat beschrijven we in ons stuk over de Aanpak Fatbikes. Als de douane invoerpatronen strenger gaat bekijken, raakt dat precies de constructies waar die fietsen vaak vandaan komen.

Onze kijk

De uitspraak is juridisch goed te volgen: wie een complete fiets in zes dozen stopt om een heffing te ontlopen, mag niet beter af zijn dan wie eerlijk aangeeft. Het probleem is dat de rechter geen meetlat geeft. Er is geen percentage, geen termijn en geen loket waar een bedrijf vooraf kan laten toetsen of zijn invoer een assemblage is of een gedemonteerde fiets. Dat is slecht voor precies de bedrijven die Europa zegt te willen: fabrieken die hier mensen aan het werk hebben en hier waarde toevoegen.

De bal ligt daarom bij de Europese Commissie. Een anti-omzeilingsonderzoek met duidelijke drempels, zoals LEVA-EU vraagt, zou echte assemblage beschermen en doorvoer afstraffen. Zolang dat er niet is, verwachten we dat kleinere importeurs voorzichtiger worden en dat de prijsdruk in het laagste segment toeneemt. Het past bij een jaar waarin de Nederlandse fietsbranche al flink is opgeschud, van het faillissement van Accell tot de doorstart van Sparta onder Tenways, een merk dat zijn hele toelevering opnieuw moet opbouwen en dus ook met deze regels te maken krijgt.

Voor de koper is ons advies onveranderd: kies een fiets met een herkenbaar aandrijfsysteem en een leverancier die ook over vijf jaar nog onderdelen kan leveren. Wat de nieuwe Europese regels voor accu's daar nog aan toevoegen, staat in ons stuk over de EU-batterijregels voor e-bikes. Een proefrit op een elektrische fiets van een gevestigd merk zegt daarnaast meer dan een importdiscussie in Luxemburg.

Wat we nog niet weten

Of het Hof van Justitie het arrest heroverweegt, is op het moment van schrijven niet bekend; die termijn loopt volgens LEVA-EU tot begin november. Ook is niet bekend hoe de Belgische rechter de zaak afrondt, en of de Commissie een onderzoek opent. Cijfers over hoeveel e-bikes in Europa uit geïmporteerde sets worden geassembleerd, geven de bronnen niet. We passen dit artikel aan zodra er een vervolgstap is.

Bronnen

Expertisecentrum Europees Recht, zaak T-529/25 Prestige Rijwielen; InfoCuria, zaakdossier T-529/25; Baker McKenzie Global Import Blog, 22 oktober 2026; Möllenhoff & Partner, 15 oktober 2026; LEVA-EU, oktober 2026; Reed Smith Trade Compliance Resource Hub, 8 oktober 2026; Bike Europe, 21 oktober 2026.

Veelgestelde vragen

Wat heeft het EU-Gerecht precies beslist?

In zaak T-529/25 (Prestige Rijwielen) oordeelde het Gerecht van de EU op 7 oktober 2026 dat onderdelen van een elektrische fiets die in aparte zendingen en aangiften worden ingevoerd, ook maanden na elkaar, als een complete e-bike in gedemonteerde staat kunnen worden ingedeeld. Voorwaarde is dat objectieve aanwijzingen laten zien dat de onderdelen samen een geheel vormen en alle essentiële delen van de fiets omvatten. Of dat in de Belgische zaak zo is, moet de nationale rechter nog vaststellen.

Wordt mijn e-bike hierdoor duurder?

Niet vandaag. Het arrest gaat over hoe de douane importen van onderdelen indeelt, niet over fietsen die al in de winkel staan. Op langere termijn kan het assemblagebedrijven die veel Chinese onderdelen gebruiken op kosten jagen of onzeker maken, en dat kan doorwerken in de prijs of het aanbod van vooral goedkopere e-bikes en fatbikes. Hoe groot dat effect wordt, is nu niet te zeggen.

Welke heffingen gelden op Chinese e-bikes?

Op complete elektrische fietsen uit China heft de EU sinds 2019 antidumpingrechten en compenserende rechten. Volgens brancheorganisatie LEVA-EU lopen die op tot 70,1 procent antidumping en 17,2 procent compenserend recht, afhankelijk van de fabrikant. Op losse e-bike-onderdelen gold dat regime niet, en dat verschil maakte de indeling bij de douane zo belangrijk.

Is de uitspraak definitief?

Nog niet helemaal. Volgens LEVA-EU kan het Hof van Justitie een uitspraak van het Gerecht in een prejudiciële zaak alleen heroverwegen als de eerste advocaat-generaal dat binnen een maand voorstelt. Advocatenkantoor Möllenhoff schrijft dat het arrest pas vaststaat als die stap uitblijft. Daarna moet de Belgische rechter de zaak zelf afronden.

Deel dit artikel
T
Over de auteur

Thomas Bakker

Redacteur e-bikes & techniek

Thomas schrijft over e-bikes, aandrijvingen en techniek. Hij test fietsen het liefst op zijn dagelijkse woon-werkroute en pluist specificaties uit tot op de laatste newtonmeter.

Fietsblad werkt met een openbaar redactiestatuut over bronnen, feiten en correcties. Lees meer over de redactie.